歌词
Bij ons staat op de keukendeur
Het is niet altijd rozengeur
En mijn vader schreef op 't behang
Lekker is maar ene vinger lang
Maar op de deur van 't bufet
Daar heeft mijn moeder opgezet
En wat er bij ons ook ooit gebeuren zal
We vieren altijd carnaval
Bij ons staat op de keukendeur
Het is niet altijd rozengeur
En mijn vader schreef op 't behang
Lekker is maar ene vinger lang
Maar op de deur van 't bufet
Daar heeft mijn moeder opgezet
En wat er bij ons ook ooit gebeuren zal
We vieren altijd carnaval
Ik ben Alie van de wegenwacht
De wegenwacht, de wegenwacht
Ja, ik ben Alie van de wegenwacht
Dag en nacht, wat een pracht
Van een wegenwacht
Ik ben Alie van de wegenwacht
De wegenwacht, de wegenwacht
Ja, ik ben Alie van de wegenwacht
Dag en nacht, wat een pracht
Van een wegenwacht
Onze ouwe St. Jan
Nou, die kan d'r wat van
Die heeft op z'n ouwe dag
Wie had dat nou ooit verwacht
Nog een kindje gekregen
Onze ouwe St. Jan
Nou, die kan d'r wat van
En dat kleine manneke
Heet voortaan St. Janneke
Staat nu in Madurodam
Onze ouwe St. Jan
Nou, die kan d'r wat van
Die heeft op z'n ouwe dag
Wie had dat nou ooit verwacht
Nog een kindje gekregen
Onze ouwe St. Jan
Nou, die kan d'r wat van
En dat kleine manneke
Heet voortaan St. Janneke
Staat nu in Madurodam
Ik wil met jou wel dansen maar mien voeten doen zo zeer
Mien voeten doen zo zeer, mien voeten doen zo zeer
Ik wil met jou wel dansen maar mien voeten doen zo zeer
Mie voeten doen zo zeer
Ik wil met jou wel dansen maar mien voeten doen zo zeer
Mien voeten doen zo zeer, mien voeten doen zo zeer
Ik wil met jou wel dansen maar mien voeten doen zo zeer
Mie voeten doen zo zeer
Mevrouw en meneer
En waarom zullen we treuren, want de bajes is zo groot
Van voren met twee deuren en van achter met een sloot
En waarom zullen we treuren, want de bajes is zo groot
Daar kan je niets gebeuren, daar kniest geen mens zich dood
En waarom zullen we treuren, want de bajes is zo groot
Van voren met twee deuren en van achter met een sloot
En waarom zullen we treuren, want de bajes is zo groot
Daar kan je niets gebeuren, daar kniest geen mens zich dood